Transcription
Fijn dat u weer allemaal vanavond bent, omdat ik geloof dat God werkt door het Woord. En er zijn heel veel mensen in de kerk die worstelen met geloof, met bekering, met wedergeboorte, met zondekennis. En het klinkt misschien heel vreemd, maar ik weet zeker dat er heel veel zitten met de vraag: hoe, op wat voor manier, maakt God mensen rechtvaardig? En wat betekent dat eigenlijk, rechtvaardiging?
Wij weten allemaal dat Maarten Luther worstelt. Even in zijn voorwoord op de Romeinenbrief heeft hij het wel ook beschreven. Maarten zei: "Ik haat, ik haat dat woordje rechtvaardigheid, want altijd is die stem achter mij die zegt: Maarten, het is te kort!" En hij sloot zich op een gegeven moment op in een kamer en hij heeft wel alleen nog maar wittebrood en haring gegeten en hoopte en wenste dat er een dag zou komen dat God zou zeggen: "Nu heb je het goed gedaan, Maarten!"
Maarten zei tegen Staupitz, die zijn kloosteroverste was: "Houdt God daar nooit op om mij te achtervolgen, want alles wat ik doe, word ik alleen maar onrustiger en banger!" Zelfs als ik het één van geli hoor. Zover was het weg in Maarten Luther in de tijd dat hij leefde: een angstcultuur in de kerk. Zelfs het evangelie, wat nog gepredikt werd, was eigenlijk een wet. En Maarten kon dat woord 'rechtvaardigheid' niet meer verdragen.
Hij schrijft ook letterlijk: "Toen zou ik zijn toespraak en hij wilde mij bemoedigen, toen zei hij: Houd op, Staupitz! Ik wil dat woord 'rechtvaardigheid' niet meer horen!" Totdat er iets gebeurde in het leven van Maarten Luther, waarvan hij zegt dat het paradijs voor hem geopend werd. En toen kwam Maarten tot de herkenning dat hij nooit, maar dan ook nooit, begrepen had met al zijn goede werk wat rechtvaardigheid eigenlijk inhoudt.
Ik wil u vragen vanavond: weet u wat het betekent om rechtvaardig voor God te zijn? Ik ben misschien een beetje scherp, maar echt heel liefdevol, geloof me. Met al die verhaaltjes van ons en met al die veranderingen van ons en met al die goede werken van ons, ik moet u eerlijk vertellen: het zal straks in uw oren klinken: "Gaat weg van mij, want ik heb u nooit gekend!"
Nee toch? Paulus in Romeinen 10 schrijft ons dat hij de Joden ziet en bezig ziet en hij zegt: "Ze hebben een ijver tot God." U misschien ook wel. Of dat u dat van de linkse kant doet of van de rechtse kant, dat maakt niet uit. Maar misschien bent u ook zo ijverig, hè? Misschien wel vroeg uw bed uit. Misschien wel Bijbelstudie doen. Misschien wel goede werken doen voor uw buurvrouw. Allemaal op zichzelf goede werken, maar voor God niet.
Voor God bent u niet aangenaam met goede werken. Straks moeten u en ik tegen God moeten we straks horen van: "Ga weg van mij! Je bent een werker van de ongerechtigheid!" En dat je nou oud geformeerd bent of hervormd, telt allemaal niet mee. Maar we hebben het niet begrepen, want we hebben ons leven in de kerk gezeten en gedacht misschien wel dat we beter waren dan andere mensen en dat we zulke dingen deden en dat God dat dan natuurlijk heel fijn van ons vond. Maar hij vindt het niet fijn, om het zo eenvoudig mogelijk te zeggen.
Wat is het dan in ons leven nodig? Nou, dat u net zo rechtvaardig bent als God rechtvaardig is. En dat is natuurlijk logisch, toch? Want God is rechtvaardig. God kan niet met onrechtvaardigen samenleven. Hij kan u niet een vriend en erfgenaam noemen van het evangelie, als u niet net zo rechtvaardig bent als God rechtvaardig is.
Wie is dat vanavond? Ik vraag niet of dat u veranderd bent of van welk kerkverband u bent, of dat u kunt vertellen wanneer het begonnen is. Maar ik wil u allemaal liefdevol vragen: bent u rechtvaardig voor God?
Mensen die onder de wet zitten, die zeggen: "Dat kan geen mens bereiken, als je maar weet dat God met je begonnen is." Die zitten daar in verstrikt. Weer anderen die zijn eigenlijk zo tevreden met zichzelf dat ze zeggen: "Ja, maar ik hoop op Gods genade." En zo kunnen er wat worstelingen en wat gedachten zijn in uw leven, omdat u ten diepste niet hebt begrepen waarom God zijn wet gegeven heeft.
Waarom heeft God de wet gegeven? Iemand zei van de week tegen mij: "Nou, dan word ik er weer eens aan herinnerd en dan ga ik de volgende dag de Heilige Geest bidden of dat Hij mij helpen wil om dat te volbrengen." Misschien denkt u zo, of misschien bent u onbekeerd. Misschien kent u de Here Jezus niet eens. En u bidt elke dag om de Heilige Geest en u zegt misschien wel: "Ja, uit mezelf kan ik het niet, maar de Heilige Geest, Ik kan het mij geven." En zo wordt u tachtig en negentig en u gaat voor eeuwig verloren, Nederland.
Waarom gaat u dan verloren? Nou, omdat u het niet bereikt hebt. Wat moet u dan bereiken? Nou, God kan alleen maar naar u omzien, schrik niet hoor, als u net zo rechtvaardig bent als Hij rechtvaardig is. Hoe rechtvaardig is God dan? Nou, daar heeft Hij zijn wet voor gegeven. En waarom heeft Hij die wet gegeven? Omdat u in de spiegel van die wet zou zien hoe onrechtvaardig u bent. U lijkt helemaal niet op God.
Daarom moet de wet gepredikt worden, want dan kijkt u in de spiegel en de spiegel is Gods wet. En als je dan 's morgens voor de spiegel staat, mannen en vrouwen, dan zie je alle oneffenheden. En dan zijn er heel veel kerkmensen die doen goed hun best om dat allemaal weg te poetsen. Ze worden van goddeloos vroom, ze worden van lichtvaardig serieus. Maar daar word je niet rechtvaardig van.
Waarom laat God dan elke zondag die wet horen? Omdat u tot de ontdekking komt dat u een onrechtvaardige bent. Dan hebt u nog zulke mooie dingen voor de wereld en voor de dominee, voor de oudelingen. En misschien noemt heel de straat u wel godzalig, maar voor God bent u een goddeloze. Dan zou je al de goede werken van deze wereld samenbinden, maar God moet straks zeggen: "Ga weg van mij!"
Waarom? Omdat Hij rechtvaardigheid is. Wat betekent dat woord hier 'rechtvaardig'? Nou, 'iedereen het zijne geven'. Dat betekent het in de grondtekst. En als je dan in de spiegel kijkt, dan zegt God: "Geef een ieder het zijne." Hoezo? Geef God wat God toekomt en je naaste wat je naaste toekomt. Als je dat doet, dan ben je rechtvaardig.
Bent u rechtvaardig? Geeft u aan God wat God toekomt en geeft u aan uw naaste volmaakt wat aan uw naaste toekomt? Als u dat niet doet, dan bent u een onrechtvaardige. De Bijbel die leert mij dat er niemand, ik niet en u niet, niemand rechtvaardig is, zelfs niet tot één toe. Ook Abraham niet, toch?
God vraagt van u en van mij dat u zo rechtvaardig moet zijn als Hij rechtvaardig is. Wilt u ooit zalig kunnen worden? Er komt niet één zondaar, goed onthouden hoor, er komt niet één zondaar in de hemel, niet één. Want God kan niet met de zonde samenleven. God kan u niet liefhebben omdat uw zonde er tussen zit. God moet u rechtvaardig straffen, omdat u niet zo rechtvaardig bent als God rechtvaardig is.
Waarom heeft God dan die wet gegeven? Om de zonde in u mede te doen worden. Wat zegt u nou? Ik dacht altijd dat God zonder dat voelen in je leven, dat je de zonde haatte en zou verlaten. Weet je wat je dan krijgt van mensen van die sens schriftgeleerden: "Ja, maar u wou toch niet zeggen dat de wet ons tot zonde verwekt?"
Dan moet u uw Bijbel goed lezen. En weet u toch wel door de Heilige Geest, wanneer de wet zegt: "Doe dat", dat u juist het niet doet? U bent er toch achter gekomen, zeker in uw leven, wanneer God iets verbiedt, dan wil ik het juist doen. Deugt de wet van God dan niet? Is de wet van God? Heeft u dan aanleiding om te zondigen? Zegt Paulus: "Ja, maar dat is niet de schuld van de wet, maar dat is onze schuld, omdat we in zonde ontvangen en geboren zijn. We zijn haters van Gods wet en daarom verwekt die wet in ons de zonde." Maar dat bent u natuurlijk al achter, toch?
Weet je wat Paulus zegt? "En toen ben ik gestorven." Gestorven? Waar ben je aan gestorven? "Ik dacht juist dat we naar de wet moesten leven, opdat we dan God zouden leven." Weet je wie dat zegt? De farizeeër. En wat zegt de Heilige Geest in het schrift? "Ik ben door de wet aan de wet gestorven, omdat ik God zou leven."
Wie leeft er God? Een dode. Even heel liefdevol, maar radicaal. Heel veel mensen denken: "Wanneer ik leef, dan dien ik God." Paulus zegt: "Weet je wanneer ik God dien? Wanneer ik gestorven ben. Gestorven aan de wet om door de wet God te leven. Ik ben een lijk geworden." Zijn niet mijn woorden. Paulus in Romeinen zeven die zegt dat: "Ik ben met Christus gestorven en ik leef niet meer." U ook niet.
Geloof het, lieve vrienden en vriendinnen, geloof het: wanneer jij gestorven bent, dat je dan pas tot eer van God kan leven. En zolang als jij nog leeft, zolang jij nog denkt dat jij het kan met beloven, met deze onderhuidse geest, zolang je nog hoop hebt dat het met jou nog wat wordt, leef je niet God. Leef je niet tot eer van de Heer. Dan ben je eigenlijk een hoereerder, een overspeler. Je houdt het met de wet en je houdt het half met Christus.
Romeinen zeven, dat is 1 tot en met 4. Paulus zegt van: "Jullie zijn toch getrouwd met de wet?" En als die wet nou tegen u zegt: "Doe dat", en u probeert het elke keer, maar het mislukt. Ik gebruik heel vaak dat beeld van die man en die vrouw die getrouwd zijn door de wet. En die man zegt tegen die vrouw: "Breng dat kopje naar de keuken." En die vrouw die staat op en pakt dat kopje, maar laat het uit haar handen vallen. Maar kent geen barmhartigheid. De wet kent geen barmhartigheid.
En die man die zegt tegen die vrouw: "Breng dat andere kopje naar de keuken." En weer struikelt ze over het vloerkleed, of leest wat ze zo moeilijk. Maar die man die wijkt niet om te zeggen: "Doe wat!" Totdat die vrouw hoort van een andere man, de buurman. Die buurman die zegt niet: "Doe dat", maar die buurman die zegt: "Ik doe het voor jou." Maar ja, zij mag niet met die buurman trouwen, want dan is zij een overspeler.
Niet om kritisch te zijn, maar ik denk dat er echt heel veel mensen in de kerk zitten die het met een andere man houden en ze zijn nog nooit gestorven aan die eerste man. Ze gaan 's nachts naar die tweede man en ze vinden het fijn om te horen dat hij zegt: "Ik doe het voor jou." Maar ze moeten weer terug naar haar eerste man.
Zo zegt Paulus: "Hoe moet het goed komen? Hoe kan deze vrouw trouwen met de buurman?" Op één manier, zegt Paulus: "Als zij gestorven is aan die andere man, dan mag je trouwen. Dan word je wettelijk getrouwd met die man." En die man die is Christus. Die doet niks. Die andere man die doet het voor haar. En die vrouw dan? Die is vrij. Wat is ze vrij? Van de wet. De wet kan van haar niks meer eisen, want zij is een dode. En zij is met Christus opgewekt, opdat Christus het in haar doet.
Deze vrouw is rechtvaardig, niet door de werken, want dat is mislukt. Maar ze is rechtvaardig omdat ze met die andere man getrouwd is. Bent u ook getrouwd met die andere man? Hebben door de dood, doden dood heen, is er een huwelijk gesloten met de Here Jezus? Wie leeft er God? Die met Christus getrouwd is. Die niet op grond van hun werken, maar die op grond dat ze met Christus één geworden zijn, leven tot eer van God.
Wie is die vrouw dan? Een zondaar. Ja, als een zondaar is ze gezaligd. U hebt gelijk, u dacht net: "Wat bedoelt hij dan toch dat er geen zondaar in de hemel komen?" Nou, die komen er ook echt niet hoor. Maar hoe is deze vrouw gezaligd dan? Hoe is ze getrouwd met die andere man? Door het geloof. Door het geloof is ze verbonden samen met Hem en is alles van Hem ook van haar. En op dat moment wordt ze een rechtvaardige in de ogen van God.
Het grondwoord in het Grieks maakt dit juist uit: je wordt geen rechtvaardige in jezelf. Dat is een worsteling voor velen, want u probeert vroom te worden, serieuzer, afhankelijker. Maar zo word je geen rechtvaardige. Die komt er juist meer en meer achter: "In mij, dat is in mijn vlees, woont geen goed." Met wie trouwt die man dan? Met een zondaar, iemand die dood is, die geen vruchten heeft, die moet zeggen: "Verloren, verloren in mezelf!"
Daar heeft de Buurman zijn armen uitgebreid en die heeft gezegd: "Jij bent mijn bruid. Jij bent de mijne. Ik ben zwart, de zon die heeft mij dus geheel, maar ik heb jou lief, schaap, met een enige liefde. En ik heb jouw zonde weggedragen in een kuil van eeuwigheid. En je bent voortaan niet meer de zondaar, maar mijn bruid, mijn lieve ding. Jij bent om Mijnentwil rechtvaardig in de ogen van God."
Dit is het wonder van het evangelie: je wordt geen rechtvaardige in jezelf, maar omdat je met Christus getrouwd bent, ben je om Zijnentwil in de ogen van God net zo rechtvaardig. Niet te geloven! We hebben het wel eens over broodnodige overbuiging, over niks worden. Maar hier valt alle grond onder je voeten weg, omdat je jezelf hebt leren kennen als een goddeloze, maar om Christus wil rechtvaardig.
Misschien zit je hier wel in de kerk vanavond. Schrik niet hoor, u kunt in de pauze altijd nog naar huis gaan. Maar ik voel me op dit moment ook geen rechtvaardige. Ik voel me op dit moment een waardeloze dominee. Ik ben niemand die hier staat met lege handen. Ik heb in mezelf, in mezelf heb ik niks om me op te steunen en mezelf op te verlaten. En toch belijd ik tot eer van God: ik ben nog steeds een rechtvaardige om één reden. Alle andere redenen die zijn versmolten, die zijn van me afgevallen. Ik ben alleen door het geloof in Christus rechtvaardig.
En het geloof zegt vanavond: "Is het echt waar? Is het ook voor mij? Ziet God geen zonde meer in Jacob en geen ongerechtigheid in zijn Israël?" Nee, God ziet geen ongerechtigheid en zonde in zijn Jacob. God ziet in Christus een rechtvaardige. Daarom kan God zijn armen eromheen slaan en zeggen: "Mijn kind, mijn lieveling, die op Christus getrouwd is, die heeft het enige leven. Die zijn dode zich op Christus verlaat, is vanaf dat moment rechtvaardig voor God."
Nog een paar minuten een vraag om tijdens het zingen even over na te denken: gelooft u dit? Maar wanneer dat moet je gegeven worden, dat vraag ik toch niet? Ik vraag het nu of dat u het gelooft. Gelooft u dat u zalig bent geworden om Christus alleen? Niet omdat u zo gebeden hebt, niet omdat u zo'n bloeiend bekeringsverhaal hebt. Nee, dat is allemaal verbrand, verbrand. Dat is waardeloos geworden. Natuurlijk, het gaat er niet buitenom, maar het is geen grond om op te staan. Onze enige grond is Christus. Christus is mijn rechtvaardigheid. Ik ben in de ogen van God een volmaakte.
Wat zegt u? "Nou, dat maakt hoogmoedige mensen." U hebt het niet begrepen, want deze leer maakt juist ootmoedige mensen. Hoe zekerder u bent van uw behoud, hoe ootmoediger en hoe kleiner u bent in uw eigen oog voor God. Wat betekent de Here Jezus voor jou? Misschien durf je het niet hardop te zeggen, dan zegt u misschien: "Dat is te groot." Ik ga u na het zingen is meer over zeggen. We gaan eerst met elkaar Psalm 32 het derde en het eerste vers zingen.