📱

Get Our Mobile App

Take your business learning on the go!

Download on the App StoreGet it on Google Play

Zwaarden omsmeden tot ploegijzers - ds. Klaas de Vries

Tituskapel55:16

Transcription

Ja, we stoppen gewoon wanneer eh.

[Muziek]

Goedemorgen allemaal. Welkom in deze dienst en in het bijzonder ook de mensen die thuis meekijken. Welkom. Mijn naam is L&C Bring. Ik ben eh degene die jullie vandaag door deze dienst heen leidt. En deze zondag is het de tweede zondag van het kerkelijk jaar en het is ook de tweede zondag van de adventstijd. En Advent, dat betekent verwachten. Nou, we wachten op het kerstfeest. We wachten op het moment dat we herdenken eh dat Christus naar deze aarde kwam als klein baby'tje. Toen en dat baby'tje onze Heer Jezus wordt. Het hele jaar door gesymboliseerd door de grote kaars. Ehm, en dat was al 2000 jaar geleden. En deze kaars brandt elke zondag. Ehm, nu is het adventstijd en we leven toe naar kerst. En daarom staan er ook hier vier andere kaarsen. En elke zondag van Advent steken wij een kaars aan. En vandaag gaat Anna dat voor ons doen. En die mag uitblazen. Goed zo, dankjewel.

Nou, en in deze dienst is er net als altijd weer ruimte om God te loven en te prijzen. En we gaan luisteren naar Gods woorden voor ons. En dominee Klaas de Vries, onze predikant, die gaat daarbij een overdenking houden. Ehm, en als we dat hebben gedaan, bereiden we ons als gemeente weer voor op de komende week. En voel je vrij om mee te doen. Ik zie ook een paar onbekende gezichten. Ehm, voel je je niet prettig eh erbij om mee te doen, eh kijk gewoon rustig toe. In ieder geval is er na de dienst koffie en eh daarna is er ook nog de mogelijkheid om naar het gastadres te gaan om nog verder met elkaar een gezellige zondag te hebben. Ik wens jullie een gezegende dienst.

[Muziek] snoeken [Muziek] [Applaus] [Muziek]

Samenkomen in een eh warme, lichte ruimte vanuit kou en het vochtige, killen weer. Fijn dat we er ook weer is. Welkom. Ja, en wij zijn hier warm en bij elkaar. Maar er zijn ook heel veel mensen die warmte niet hebben. Het is ook goed om dat van tijd tot tijd te bedenken. Dadelijk zullen we ook een lied zingen. Hoelang nog duurt het voordat iedereen tot zijn recht mag komen en mensen geholpen worden? En hoe lang duurt het ook nog voordat wij veranderen en de goede dingen gaan doen? Dat gaan we straks zingen. Maar we zingen dat tot de God die ons samen brengt, die ons roept en in wie we mogen verheugen, omdat hij in ons midden is. Het licht brandt als symbool daarvan. Laten we een klein moment stil zijn om ons op zijn aanwezigheid in te stellen. In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Er is voor jou en voor u genade, waarachtigheid en vrede die komt van God onze Vader door Jezus Christus onze Heer, in eenheid met de Heilige Geest.

Hoe lang nog.

[Muziek] [Muziek]

Hoe lang nog. In Steffen mensen van de hog. Hoe lang genoeg dat is op de grond. Hoe lang nog is zullen wij de bossen kop. Hoe lang nog heer tot onszelf. Hoe lang later stora.

[Muziek]

Hoe lang nog heer zijn we bang voor wie is dit.

[Muziek]

De volgende haten uit.

[Muziek]

Hoe lang nog.

[Muziek]

Hoe lang nog is een verder duivel slaap lekker.

[Muziek] [Muziek]

Hoe lang nog hoe laat.

[Muziek]

God, dank u wel dat u komt en nog wacht, maar dat hij er ook al bent. Dank u wel dat onze lied niet vervliegt in een kwam in het lied dat verzonnen hier. We weten en we beseffen dat de wereld waar we vandaan komen en waar we hier veilig aan ontvlucht zijn, een barre wereld is. Een harde, killen wereld waarin heel veel dingen niet kloppen. Dus uw wereld en u ziet wat wij ervan gemaakt hebben. Ja, we maken ons klein voor u. We buigen ons hoofd omdat we niet bij machten zijn het kwaad op te ruimen om ons heen, niet en ook in onszelf soms niet. En bedanken u tegelijk dat u ons hoofd dan weer oplicht en onze ogen trekt naar uw vriendelijke gezicht. Dat we u mogen aankijken. Dat u ons aankijkt met genade, warmhartigheid en vrede, zoals u ons altijd begroet hier. Bedanken dat we samen mogen zijn met heel uw kerk vandaag om Advent te vieren. Wordt al lang gezongen. Hoe lang, maar we mogen ook al heel lang geloven en weten dat u aan in aantocht bent. U gaat komen. U wacht geen seconde langer dan nodig is. Daar vertrouwen we op. En we bidden. Wilt u ons onze verwachting ook levend houden en gespannen, zodat we gaan uitkijken naar de dingen die komen gaan die u beloofd hebt. Wat u belooft, dat doet u ook. Hier we bidden. We zien ons midden wanneer we zingen en bidden. Wanneer we uw woorden horen en lezen. Wees bij de kinderen die hun eigen programma hebben. Wees bij mensen thuis die misschien door ziekte of door de kou niet gekomen zijn of om ouderdom aan huis gekluisterd zijn. Hier zorgt voor heel uw kerk wereldwijd. Voor alle mensen die het van u verwachten en breng heel uw volk, heel de wereld samen in het rijk van uw vrede. We bidden het om Jezus wil. Amen.

Jongens en meisjes, je mag even naar voren komen. Ga lekker zitten. Misschien heb je wel eens heel erg honger. En dan kom je thuis van buiten spelen of van school. En dan is je vader aan het koken. En dan ruikt het lekker, maar je weet niet precies wat het is. En dan vraag je: "Wat eten we vandaag?" En dan zegt je vader: "Dat is een verrassing." Dat zeggen vaders wel eens. Wat moeders als het een beetje spannend willen maken. En soms mag je dan toch eventjes kijken. Kom maar hier en kijk maar wat er in de pan zit. Aha. Wat zou je lekker vinden? Boerenkool, spruitjes, andijvie? Wat zou je lekker vinden? Wat vind jij lekker om te eten? Of jij? Wat je lekker? Je weet het niet. Makkelijk voor je moeder. Je had van je lekker soep. Wat voor soep? Tomatensoep. En jij pizza. Past dat in een pan? Denk het niet, maar is wel lekker. Nou, wat vind jij lekker? Weet je nog niet. Nou, jullie mogen even in deze pan kijken zometeen. Maar het gaat over verrassingen. Die zit in deze pan. En verrassing, iets wat je niet verwacht. En wij gaan het straks ook hebben over een verrassing. Hier in de kerk. Als jullie weg zijn, gaan wij het hebben over een verrassing. Iets God zegt: "Ik ga iets brengen wat je helemaal niet verwacht." En jullie gaan het straks hebben over een verrassing die een heel jong meisje kreeg. Ook iets wat ze helemaal niet verwachten. Maar dat gaat straks eh Marije en Anita, geloof ik, die gaan dat aan jullie vertellen. De kinderen van groep 1 tot 4 en de kinderen van groep 5 tot 8 mogen met Marije, die zit daar, en Anita, die zit daar, mee. Nu mag je nog even kijken wat een verrassing is. Of wil je dat niet weten? Nou, je mag ook gewoon naar huis, maar of naar je plek. Maar je mag ook even kijken. Wat voor verrassing is dat? Mag je niet in een pan, hè? Je mag er twee pakken. Mag je helemaal niet? Nee, dat dacht ik al. Heb jij er al twee gepakt? Doe maar. Ik zou eerder geen zin in. Lust jij geen pepernoten? Jawel, hè? Mag twee. Goed. Hebben jullie al gehad? Mooi. Dan mag je niet terug naar je plek gaan. Wat kinderlied zingen. Verrassing.

[Muziek] is leren op man [Muziek] Gooi kleine [Muziek] [Applaus] [Muziek] [Applaus] [Muziek] [Muziek] [Muziek]

Anita. Anita. Anita. En dan gaan wij verder met luisteren naar Gods woorden. En voordat we dat gaan doen, wil ik bidden voor de opening van Gods woord. Goede God, u hebt uw stem laten klinken door Jezus, uw Zoon. U hebt gesproken door de profeten. U hebt aan de apostelen de gaven van verkondiging geschonken. Geef dat wij samen luisteren naar uw woord en vervul ons met uw Geest, zodat wij alle mogen getuigen van uw oproep tot vrede, verzoening en gerechtigheid. Amen.

Lees nu met u uit het boek Jesaja. En Jesaja is een van de grote profeten uit de Bijbel. Hij leefde ongeveer 750 jaar voordat Christus geboren is, dus je kunt erop tellen, een poos geleden. Ehm, en in het hoofdstuk dat wij gaan lezen, vertelt hij over hoe eens de dag komt dat hoogmoedige en oorlogszuchtige mensen vernederd zullen worden. En Jesaja zei dingen die nog steeds vervuld worden.

[Muziek]

En dan openen we Jesaja bij hoofdstuk eh twee. Daar staat: Dit zijn de woorden van Jesaja, de zoon van Amos, het visioen dat hij zag over Juda en Jeruzalem. Eens komt de dag dat de berg met de tempel van de Heer rots vast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samen stromen. Machtigen zullen zeggen: "Laten we optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jacob." Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen. Vanaf Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de Heer. Hij zal recht spreken tussen de volkeren, overmachtige naties zal hij oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun spiesen tot snoeimessen. Geen volk zal meer het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal nog de wapens leren hanteren. Nakomelingen van Jacob, komé. Laten wij leven in het licht van de Heer. U hebt uw volk, Jacobs nakomelingen, verstoten. Zij waren ontvankelijk voor invloeden uit het oosten en net als Filistijnen lieten zij zich in met waar ze rij. Ze zijn met vreemde gebruiken vertrouwd geraakt. Ze vulden hun land met zilver en goud, hoe meer schatten, hoe beter. Ze vulden hun stallen met paarden, hoe meer wagens, hoe beter. Ze vulden hun huizen met afgoden, vereerden wat ze zelf hadden gemaakt, goden die ze vormden met hun eigen handen. Ze zullen vernederd worden. Buigen zullen ze, nee, vergeven niet. Verspil je tussen de rotsen, verberg je onder de grond. Vlucht voor de vreselijke macht van de Heer, voor zijn geduchte majesteit. Wie hoogmoedig was, slaat de ogen neer. Die trots was, buigt het hoofd. Want de dag komt dat alleen de Heer hoog verheven is. Op die dag zal de Heer van de Hemelse machten zich keren tegen ieder die hoogmoedig is, in zijn trots, tegen ieder die zich verheven acht. Ze worden allemaal vernederd. Tegen alle ceders van de Libanon die zich zo trots verheffen, tegen de Eiken van Bazel, tegen de bergen met een trotse hoogte en de heuvels die zich hoog verheffen. Tegen iedere hoge toren, tegen elke machtige muur. Tegen alle trotse handelschepen, schepen met kostbare lading. Wie hoogmoedig was, buigt het hoofd. Wie trots was, bijt in het stof. Want de dag komt dat alleen de Heer hoog verheven is. Dan zullen de afgoden in het niets verdwijnen, weg in rotsplaten, in holen in de grond, op de vlucht voor de vreselijke macht van de Heer, voor zijn geduchte majesteit. Als hij komt om de aarde te doen beven, als hij komt om de aarde te doen bij. Op die dag zullen de mensen de afgoden, gesmeed van hun zilveren goud gemaakt om te vereren, prijsgeven aan ratten en vleermuizen. Ze zullen wegschuilen in rotzooi, in kloven en bergspreken, op de vlucht voor de vreselijke macht van de Heer, voor zijn geduchte majesteit. Als hij komt om de aarde te doen beven. Schenk de mens niet langer aandacht. Wat is hij zonder adem in zijn neus? Wat heeft hij te betekenen?

Tot zover. Heel veel kinderen spelen graag soldaatje. Misschien dat eh kinderen op hun verlanglijstje ook wel eh hebben staan voor Sinterklaas een speelgoed pistool of mitrailleur of een computerspelletje waar je zoveel mogelijk van je vijanden moet uitschakelen. En misschien dat jij als ouder, als je ouder bent, dat helemaal niet wil. Zo kan ik cadeautje zijn. Kinderen geven. Maar ja, het is wel een beetje de werkelijkheid dat veel mensen, ook volwassen mensen, een soort fascinatie hebben met wapens en uniformen. En tegelijkertijd is het merkwaardig. Dit visioen eh in hoofdstuk eh twee vers 1 tot 5, de eerste vijf verzen, over dat er geen oorlog meer geleerd wordt. Dat spreekt heel veel mensen aan. Zwaarden omgesmeed tot ploegscharen, spiesen tot snoeimessen. Geen mens die de wapens hanteert. Laat dat eens even op je inwerken. Wat dit visioen dus eigenlijk zegt: geen wapens. Dus ook geen luchtalarm, geen raketten en drones die laag overvliegen, geen tanks die de akkers kapot rijden, geen loopgraven die gegraven worden en waar mensen in de kou zitten te wachten op wat. Geen huizen geplunderd of kapot geschoten. Geen beroepsmilitairen. Geen afscheid van je man of zoon of dochter die wordt gemobiliseerd. In plaats van grijze gevechtsvliegtuigen, laten mensen kleuren ballonnen op. In plaats van schuilen in kelders voor kogels, spelen op straat de kinderen met hun knikkers. En ze komen elke avond veilig thuis. Wat een mooie droom. Die mooie droom is geëbeeld in deze sculptuur. Hij staat eh heel veel zeggend voor het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York. De Verenigde Naties opgericht in na de Tweede Wereldoorlog in 1948 als opvolger van de Volkenbond, in 19 opgericht naar de Eerste Wereldoorlog met als doel om aan alle oorlogen een eind te maken. En weet iemand toevallig wie dit sculptuur geschonken heeft aan de Verenigde Naties? Heeft iemand opgezocht? Niet niet onthouden. Het is eh gegeven door de Sovjet-Unie. En weet iemand ook wie de kunstenaar is die dit gemaakt heeft? Ook dat wij denk ik niemand. Dat is Jeff Gay, voetje uit Oekraïne. Hoe wrang wil je het hebben? Een Oekraïne beeldschone door een Russisch door door de Russische natie aan de Vrede Naties om de vrede te bewaren. Dromen zijn bedrog, blijkt maar weer. Was het maar zo dat wapens werden omgebouwd tot gebruiksvoorwerpen. Het omgekeerde gebeurt juist. Er worden zelfs koelkasten en stofzuigers gestolen om daar de hardware uit te halen en de chips die nodig zijn om raketten te produceren. Bij gebrek aan chips, Oekraïne smeekt de NAVO-landen om meer wapens. Dagelijks zien wij de misselijk makende beelden van wat oorlog aanricht. Het is een wereld vol dreiging van dictators en supermachten die elkaar bestrijden. Niemand wil oorlog als je het mensen op de man afvraagt. Iedereen vindt het verschrikkelijk. Toch gaat het gewoon door. Dus hoe realistisch is dit visioen uit Jesaja 2? Dat dacht dat ze in Juda en Jeruzalem ook. Hoe realistisch is wat Jesaja zegt? Ze zaten daar in hetzelfde schuitje als wij vandaag, tot op zekere hoogte. Dat was oorlogs dreiging, maar ook een schijnbaar was nog wel alles onder controle. Net zoals hier in West-Europa. De economie draaide goed. Ze vulden hun huizen met zilver en goud, hoe meer schatten, hoe beter. Ook een religieus lijkt alles op orde. Dat zie je wel in hoofdstuk één. Tempel bezoek loopt heel goed. Maar onderhuids, laat Jesaja daar al zien, is er van alles aan de hand. God heeft staat in hoofdstuk één afkeer van die tempelgaars, want aan hun handen kleeft bloed. Rijken worden steeds rijker, armen zakken steeds verder weg in armoede. En het recht van de sterkste geldt. Corruptie is aan de orde van de dag. Maar gelukkig, er is geen oorlog, wel dreiging. Assyrië was toen, toen was vergelijkbaar met Rusland en China nu, een groot macht met expansiedrift. Ze wilden uitgroeien tot de machtigste eh ter wereld. Diplomaten reizen dus ook af en aan. Klein landen voeren top overleg, sluiten coalities om het eh Assyrische gevaar te bezweren. En de wapenindustrie draait op volle toeren, zeker nu de dreiging reëel is. Ze zijn vullen hun stallen met paarden, hoe meer wagens, hoe beter. Moet je even weten dat in Israël het hebben van wagens en paarden verboden was, want het waren toen de oorlogsvoertuigen bij uitstek. Israël moest leren niet te vertrouwen op wapens, maar op God. Vandaar dat verbod. Koning Salomo's degene geweest die is begonnen daarvan af te wijken. Er is dus overal dreiging. Maar dan opeens komt dit visioen van Jesaja. Het valt eigenlijk zomaar uit de lucht. Eens komt de dag, er staat in de vorige vertaling, in de laatste dagen. En dat zou eigenlijk ook kunnen vertalen als uiteindelijk. Misschien kun je wel vertellen, ten diepste, uiteindelijk. En dan komt dat mooie beeld als vers 4. Uiteindelijk komt er een eind aan wapens en oorlog. Maar daar gaat wel eerst iets aan vooraf. Dat wordt in de verzen 1 tot 3 beschreven. Jesaja ziet de berg met de tempel van de Heer als verheven boven alle andere bergen. Nou, dat lijkt eigenlijk onzin. Kijk maar eens naar deze foto. Dit is daar. Je ziet daar die gouden koepel. Dat is de Al-Aqsamoskee, naast een zilveren koepel. De Rotskoepel heet hij, waar naar het gezegd wordt, Abraham zou zijn opgestegen ten hemel. Eh, nou, dit is de Tempelberg eh nu, dus Islamitische heiligdommen. Maar zo hoog is die heuvel helemaal niet. De eerste beste heuvel eromheen, dat is de Olijfberg. En daarvan is deze foto genomen. Je ziet al dat je dus vanaf de Olijfberg neer kijkt op de Tempelberg. Op de Tempelberg kun je neer kijken. Dat gebeurt dus ook letterlijk en figuurlijk. Maar zegt deze profetie: één zal blijken dat dit de hoogste berg is. En dat is nou profetie. Profetie is niet voor kondigen wat de feiten zijn die je kan zien, maar profetie is Gods kijk, Gods visie op de wereld vertellen en de toekomst die hem voor ogen staat. En dan ontdek je dus dat God andere maat, andere meetlat hanteert dan wij doen. Voor bijvoorbeeld voor wat hoog en laag is. Wij hebben daar een duidelijk plaatje bij. Wat is hoger en wat is laag? God draait het heel vaak om. Hij prikt door de schijn van de dingen heen. Wat vandaag nog trots en fier overeind staat, daar zit het betonrot al in. God en wat vandaag in ellende neerligt en niet om aan te zien is, dat gaat God binnenkort oprichten en weer mooi maken. En zo ziet Jesaja stromen in dit visioen omhoog stromen. Wat natuurlijk helemaal niet kan. Je kan niet omhoog stromen. Je kan alleen omlaag stromen. Water, maar als water stromen de volken omhoog naar die berg. Niet om de mensen daar een lesje te leren in een soort aanvalsoorlog, maar om zelf te leren van de God die daar woont, door zijn rechtspraak waarmee hij hun conflicten gaat beslechten. Dat is de enige weg waar Robbert uiteindelijk kan komen tot die vrede van vers 4. Dan past staat er ook daarna en daardoor zullen zij hun zwaarden en een spieren opruimen, omdat ze van hem het oorlog voeren afleren, omdat hij hen verandert in vredestichters. Je ziet dus eigenlijk dat dat visioen niet maakbaar is en we hebben er niet in handen. Het is niet te realiseren, zelfs niet door activisten of pacifisten. Persoonlijk heb ik best sympathie voor mensen die pacifisme aanhangen. Die gedrevenheid, ik heb altijd het gevoel dat dat heel dicht ligt bij het hart van God. Dat je tegen oorlog bent, dat je gewoon daar niet aan mee wil doen. Maar hoe mooi dat ideaal ook is, zonder God gaat het gewoon niet werken. Idealisme mist de macht van het kwaad, een macht die het helaas nodig maakt dat de overheden vandaag, zoals Paulus het schrijft in Romeinen 13, het zwaard dragen en ook zorgen voor bewapening. Een wereld zonder wapens is een wereld die alleen God kan en ook gaat brengen wanneer hij reageert. Maar betekent dat dan dat je dus het het streven naar vrede moet afdoen als een utopie? Is Jesaja's droom vandaag onbereikbaar? Is het alleen maar toekomstmuziek? Nee, dat niet. Want je kent nou Gods visie op de wereld. Dit is Gods visie en die visie werd verwachtingen. Je zou het kunnen vergelijken met een zwangerschap. Als een kind zich aankondigt, dan zeg je niet: "Nou, dat zien we dan over negen maanden wel." Dat zo lang doen we niks. Nee, dan ga je erop voorbereiden, dan ga je erop instellen. Al het wordt anders. Het bed gaat op klossen, de wiegen en de babykamer worden klaargemaakt. Nou, dat is Advent. God is aan de aantocht. Hij komt met iets nieuws en dat verandert je leven. Je gaat kijken met nieuwe ogen en een andere blik. En het hoge verwachtingen geloven, dat is eigenlijk Gods blik op de wereld en haar toekomst die je eigen maken. Zo wil ik kijken naar het nieuws. Zo wil ik kijken naar wat er gebeurt. Gods visie op de zaak wil ik overnemen. En die verwachting wil ik mijn leven laten beheersen, zoals een zwangerschap je helemaal in beslag neemt. Kijk dus zo naar oorlogen, maar kijk zo ook naar problemen als armoede en vervuiling en klimaatverandering en het sterven van dieren. Kijk daarna met verdriet, omdat het niet is wat God wil. Kijk daarna met verwachting, omdat God het beter gaat maken. En kijk daar ook naar met verzet. Ik leg hem niet meer. Ik werkte niet aan mee. Verzet zorgt voor echte verandering. Verzet maakt dingen bewegelijk. God verwacht en vraagt om een meebewegende houding bij ons. God wil helemaal niet dat dat zijn kinderen wegzakken in een soort apathie van: "Nou ja, op de nieuwe aarde zien we allemaal wel hoe het eh hoe het allemaal weer goed komt." Nee, hij wil dat we meebewegen. Zijn belofte en zijn profeten stuurt hij om mensen te mobiliseren om alvast vredestichters te worden, om alvast te gaan leven naar de principes van de nieuwe wereld. Verwacht dus dat kan wat niet lijkt te kunnen. Verwacht dat het onmogelijke toch gebeurt. Dat God zelf recht gaat spreken, dus de volkeren. En dat die dag van vrede in aantocht is en zijn licht al vooruit werpt. Wagen erop. Wacht niet tot het begin te meer, omdat het begin al lang gemaakt is. De geboorte van een kind heeft een licht vooruit geworpen. Een kind bij winst geboorte, engelen zongen over vrede op aarde. Hij brengt echt vrede en licht. Jezus leek een gewone timmerman, maar hij werd de hoogste, hoogste profeet. Hij ging op een berg spreken en zijn leerlingen stroomde toe. En daar sprak hij zijn bergreden uit over de zachtmoedigen die de aarde zullen beërven, over wie smachten naar gerechtigheid, over de barmhartige die bergreden die er op de dag van vandaag, zoveel eeuwen later, heel veel indruk maakt, ook op mensen die helemaal niks hebben met christelijk geloof. Want hij spreekt met gezag. Wat hij zegt, dat is geen spel tussen te krijgen. Het is richtinggevend. Had een mensheid toen naar hem geluisterd, en zou de wereld er vandaag totaal anders hebben uitgezien. Maar vele mensen liepen bij hem weg. Sterker nog, zijn namelijk zwaard uiteindelijk tegen hem op. Zijn executeerde de man van vrede. Hij stierf en het leek mislukt. Maar drie dagen later verrees hij. En nu heeft hij alle macht in hemel en op aarde. Hij is de vredekoning en de toekomst is aan hem. Dus wat leer jij en wat leer ik? Wat leren wij van hem? Dat je geweld niet met geweld moet beantwoorden, bijvoorbeeld. Maar vooral dat je niet hoogmoedig moet zijn. Ik weet niet of je het opgevallen is in hoofdstuk 2, wat we net gelezen hebben, hoe vaak het gaat over hoog en hoogmoedig. Er komt een dag van de Heer tegen alles wat hoogmoedig is. Wanneer dit zeg maar de zwangerschap is, de tijd waarin we nu leven, dan is de de dag van een geboorte, zei eigenlijk de dag waarop de Heer komt. En wie ben je dan? Dat is bepalend voor wat er gaat gebeuren. Ben dan hoog en hoogmoedig, dan kom je tegenover de Heer te staan. Want het is een dag waarop al zal blijken dat alleen hij hoog verheven is. Bereid je voor op die dag. Bereid je voor op de geboorte van de nieuwe wereld. En zorg dat je dan niet een hoog en hoogmoedig mens bent. Misschien begint daar ook wel het afleren van oorlog en strijd in het afleren van hoogmoed. Hoogmoed in het groot, dat mensen zich opblazen, dat een leider en een dictator en een alleenheerser met hun eigen toren. Ja, iemand mag in de wereld groot zijn, carrière maken tot in de hemel, de sky is the limit. Maar wat zegt God ervan? Op die dag zal de Heer van de Hemelse machten zich keren tegen ieder die hoogmoedig is en trots, tegen ieder die zich verheven acht. En ze worden vernederd. Wie hoogmoedig was, buigt het hoofd. Wie trots was, bijt in het stof. Dat hoogmoed in het groot. Maar er is ook hoogmoed in het klein, waar we misschien allemaal de neiging toe hebben. Elkaar overtroeven, sterker willen zijn dan de ander. Dat is iets van hoogmoed. Iemand afblaffen met een scherper tweet, andere de ogen uitsteken met een plaatje van je strakke lijf. Het posten van je foto's van hoe succesvol je bent, hoe sportief of hoe sexy je bent, van je fantastische vakantie, van je mooie huisje, nieuwe keuken en auto. Hoogmoed. Dat zijn de bewerkte, gepolijste plaatjes waarmee we elkaar wijs maken hoe gelukkig en geslaagd ons leven wel niet is. Het showen van succes. Met daarbij de suggestie dat je dat aan jezelf te danken hebt. Misschien dat je dat onbedoeld suggereert, maar het is wel de suggestie. En ook omgekeerde duistere keerzijde dat tegenslag dus ook iets is wat je aan jezelf te danken hebt. Het vormt vandaag Factor van betekenis in de psychische problemen waarmee groeiend aantal Nederlanders de kampen heeft. Verzet je daar tegen hoogmoed. Kijk er niet meer naar. Stop ermee. Doe dat niet meer aan mee aan die hoogmoed in het klein. Ik vind het verrassend en veelzeggend dat dat geladen hoofdstukje, zij haar zes, je zij er twee eindigt met deze tekst: Schenk de mens niet langer aandacht. Wat is hij zonder adem in zijn neus? Wat heeft hij te betekenen? Maar vandaag verteld: Let niet zo op mensen. Vergelijk jezelf niet zo met anderen. Dit liever op God. Mensen stellen weinig voor. God is hoog en verheven en hij brengt vrede. Lieve mensen, jij kan de wereld niet veranderen, maar zorgen maar voordat de wereld jou niet verandert, dat hij jou niet berooft van van je visie en je verwachtingen. Sta op en kom in verzet, in beweging. Draag bij aan verscheidenheid en nederigheid voor jezelf, voor je omgeving. En luister mee met waar Jesaja te oproept. Kom mee, laten we leven in het licht van de Heer. Laten we in het licht van Christus gaan lopen. Laten we dat niet achterlaten hier in de kerk, maar het meenemen en verspreiden om ons heen. Hij die gezegd heeft: "Ik ben zachtmoedig, ik ben nederig van hart." En die gezegd heeft: "Gelukkig jij die zachtmoedig bent. Gelukkig jij die warmte punt. Gelukkig jij als je een vredestichter bent." Wandel vandaag in dat licht. Amen.

[Muziek] [Muziek]