📱

Get Our Mobile App

Take your business learning on the go!

Download on the App StoreGet it on Google Play

Hart: anatomie en functie

Juf Danielle3:46

Transcription

Hoi, ik ben Danielle en deze video gaat over de anatomie en functie van het hart. Het hart is verantwoordelijk voor het rondpompen van bloed.

Er zijn twee harthelften en twee bloedsomlopen. Eentje naar de longen en eentje naar het lichaam. Je kan het zien als een achtje, waarbij het hart in het midden zit. De rechterharthelft pompt van het lichaam naar de longen toe; en de linkerharthelft van de longen naar de rest van het lichaam.

Om dit te kunnen doen, heeft het hart allemaal bloedvaten die er naartoe en er vanaf lopen. De bekendste is de aorta, de grootste slagader van het lichaam die zorgt voor zuurstofrijk bloed voor het hele lichaam. Als het bloed door het hele lichaam is geweest, komt het weer terug naar het hart via de vena cava. Het bloed uit de onderste lichaamshelft zal via de onderste vena cava (vena cava inferior) terugkomen naar het hart en het bloed uit de bovenste lichaamshelft zal via de bovenste vena cava (de vena cava superior) terugkomen naar het hart.

Vervolgens zal het bloed naar de longen gepompt worden via de longslagader, oftewel de arteria pulmonalis. Deze splitst al snel om naar de linker en rechter long te gaan. Vóór de splitsing heet het de truncus pulmonalis en daarna de linker longslagader (de arteria pulmonalis sinistra) en de rechter longslagader (arteria pulmonalis dextra). Na de longen zal het bloed terugkomen naar het hart via de venae pulmonales links en rechts, dus venae pulmonales sinistra en venae pulmonales dextra. De extra e-s geven aan dat het meervoud is.

De binnenkant van het hart ziet er als volgt uit. Het tussenschot heet het septum. En dan hebben we het linker atrium, het linker ventrikel, het rechter atrium en het rechter ventrikel.

Om de bloeddoorstroming te regelen, zitten er kleppen in het hart. Dat zijn de mitralisklep, tussen het linker atrium en linker ventrikel, de tricuspidalisklep tussen het rechter atrium en rechter ventrikel, de aortaklep tussen het linker ventrikel en de aorta en de pulmonalisklep tussen het rechter ventrikel en de arteria pulmonalis. De mitralisklep en tricuspidalisklep lijken op elkaar en worden de atrioventriculaire kleppen genoemd.

De atrioventriculaire kleppen lijken een beetje op fliebeltjes die zijn opgehangen aan draadjes. Deze fliebeltjes bewegen heen en weer tijdens de hartslag. De ophangdraadjes houden ze tegen, zodat ze niet richting het atrium gaan. Hierdoor wordt bij druk in het ventrikel dus de klep gesloten, waardoor het bloed niet terug kan stromen naar het atrium, maar in de goede richting wordt geduwd. De ophangdraadjes noemen we de chordae tendineae en het zijn hele kleine pezen. Om de pezen op spanning te houden tijdens het samentrekken van het hart, zitten er kleine spiertjes bij het uiteinde: de musculi papillares.

De aortaklep en de pulmonalisklep lijken ook op elkaar en worden de semilunaire kleppen genoemd, wat letterlijk halvemaanvormige kleppen betekent. Zo zien ze er namelijk uit: drie halve maantjes die samen ervoor zorgen dat het bloed niet kan terugstromen van de slagader naar het hart.

Als we alles wat we geleerd hebben samenvoegen, zien we het hart bewegen en zien we hoe de kleppen hun werk doen. Alles werkt samen voor een zo optimaal mogelijke hartslag. Bedankt voor het kijken!