Transcription
Zijn vrouwen betere leiders dan mannen? Dit is de Universiteit van Nederland. Zijn vrouwen betere leiders dan mannen? Nou, ik zie de helft van de zaal knikken: ja, volmondig. En de andere helft zie ik hoofdschudden: nee. Ja, daar hebben we natuurlijk niks aan, want we willen in dit college deze vraag beantwoorden. Gelukkig is er heel wat wetenschappelijk onderzoek op dat gebied en dat wil ik met jullie bespreken.
Wat voor voorkeur hebben we voor leiders? En wat heeft de evolutie daarmee te maken? Zijn vrouwen betere leiders dan mannen? En waarom dringen toch heel weinig vrouwen door in de top van het bedrijfsleven en de politiek? Nou, dat kan ik het beste doen om te beginnen aan de hand van een klein experiment.
De vraag is deze: stel, er zijn presidentsverkiezingen, heel actueel, en je kunt kiezen uit twee leiders: leider A of leider B. Die scenario's hebben we gegeven aan mensen, maar we hebben er iets bij verteld. Namelijk, in de ene situatie is jouw land in oorlog met een ander land. Wie kies je nu als Leiden? A of B? Mag ik jullie handen zien? Wie kiest voor A in oorlog? Oké, dat is een meerderheid.
De andere situatie is de situatie van vrede. Je land wil een vreedzame relatie met het buurland. Wie kies je nu als leider? A of B? Wie kiest er voor A? Wie kiest er voor B? Oké, jullie doen het dus precies zoals de proefpersonen in onze experimenten. Die hebben we inmiddels gedaan in Nederland, in Engeland, in China, in Indonesië, in Amerika. En dan komt steeds hetzelfde beeld naar voren. We hebben een voorkeur voor mannelijke leiders in oorlogstijd en vrouwelijke leiders in vredestijd.
Nou, ik ben evolutionair psycholoog en ik kijk hoe ons oerbrein, dat in miljoenen jaren is gevormd, tegen leiders en volgers aankijkt. En wat zie je dan? Dan zie je eigenlijk dat die voorkeuren al best wel heel oud zijn. We zien het bijvoorbeeld in oude stamculturen, verzamelaar-jagers. Wij mensen hebben 99% van onze tijd op aarde in die culturen doorgebracht. Daar zie je al vredesleiders en oorlogsleiders. Bijvoorbeeld bij Indianenstammen zijn de oorlogsleiders jonge, agressieve mannen. Die vormen een groepje en gaan er dan op uit om een andere stam te overvallen. De vredesleiders zijn de oude, wijze leiders en die hebben het voor het zeggen op het moment dat er geen oorlog is. En dat zijn soms ook vrouwen.
We kunnen nog verder gaan in onze evolutie en dan zien we ook bij diersoorten datzelfde onderscheid. Bijvoorbeeld bij de chimpansees, onze naaste verwanten, onze neefjes en nichtjes. Wat zien we daar namelijk? We zien groepjes mannetjes, hè, al onder leiding van het alfa mannetje, die inderdaad oorlog voeren met een naburige gemeenschap en soms ook daar andere chimpansees doodmaken. En we zien dat de vrouwtjes, met name de oudste vrouwtjes, een rol hebben in conflictbeheersing in de groep. Dus als twee mannetjes met elkaar aan het vechten zijn, dan kan het oudste vrouwtje daar tussenkomen. Nou, Frans de Waal heeft daar heel mooie boeken over geschreven hoe hij dat geobserveerd heeft.
En we kunnen nog iets verder terug, bij de olifanten. Want wie is er de baas bij de olifanten? Dat hangt er vanaf. Als de groep beschermd moet worden, wordt de boel aangevoerd door het mannelijke olifant. Maar als er een waterplek gevonden moet worden op de savanne, dan volgt men uiteindelijk degene die het meeste weet, die nog weet of er ooit een plekje is met water. En dat is het oudste vrouwtje. Dus we zien die prototypen eigenlijk naar voren komen in het dierenrijk.
De vraag is: zien we dat vandaag de dag nou ook nog? Dat kunnen we bijvoorbeeld laten zien door te kijken naar de ministers van defensie. Het is heel frappant dat als je naar de ministers van defensie kijkt van de noordwest-europese landen, dat dat allemaal vrouwen zijn. Nou, mijn vraag is: stel nu dat we het ministers van oorlog hadden genoemd, waren deze vrouwen dan nog steeds in beeld gekomen? Ik vraag het mij af hoe oud die prototypen zijn.
Die kun je nog op een andere manier laten zien, namelijk door kleuters te vragen naar hun voorkeur voor leiders. En dat hebben wij gedaan. We hebben op scholen in Harlingen en Maastricht onlangs een experiment gedaan waarbij kleuters de vier lijsttrekkers kregen te beoordelen van de Nederlandse Tweede Kamerverkiezingen. En de vraag was: je kunt natuurlijk niet vragen aan die kinderen wie de minister-president wordt, want dat weten ze niet als je vier jaar oud bent. Maar we konden wel vragen: stel, je bent op een bootje aan het varen. Wie wil je nou als kapitein van jouw bootje?
Nou, wat bleek? Men had over het algemeen een voorkeur voor Mark Rutte. Ik heb trouwens een filmpje om dat te laten zien. Wie zou je hier van kiezen als kapitein op de boot? En als je er dan vier hebt, hè, is ze allemaal. Wie denk je dan dat de allerbeste kapitein zou zijn? Ja, Rutte. We vroegen ook nog: kennen jullie deze leiders? En één keertje zei een kind: 'Ja, dat is mijn vader.' Nou, in het geval van Rutte lijkt me dat vrijwel onmogelijk. Ze kennen ze ook ergens van, van de zeehondenboot kennelijk.
Maar goed, wat interessant was uit dit onderzoek is dat Buma en Rutte als beste leiders naar voren kwamen. Die hebben ook het meest een leiderschapsgezicht. Maar het interessante was dat Klaver werd geprefereerd wanneer op het moment dat we vroegen: wie wil je als kapitein van je boot als je met elkaar goed moet samenwerken onderling met je vriendjes en vriendinnetjes? Terwijl als wij vroegen: stel, je boot wordt aangevallen door piraten, ja, dan was de voorkeur voor de wilde sterke.
Nou is de volgende vraag: hè, we hebben dus bepaalde voorkeuren voor leiders, hè, oerprototypen: vredestijd vrouw, oorlogstijd man. Geven mannen en vrouwen nou ook op een andere manier leiding? Nou, daar is heel veel onderzoek naar gedaan. En dan kun je met elkaar al die onderzoeken bij elkaar volgen en dan kijk je naar de conclusies.
Een belangrijke conclusie is dat, natuurlijk, er zijn heel veel overeenkomsten. Maar over het algemeen zijn mannen in hun leidinggeven iets meer autoritair, iets meer dominant, iets meer assertief. Die zeggen gewoon sneller: 'Dit moet je doen.' Terwijl, daarentegen, als je naar vrouwen kijkt, die geven op een wat egalitaire manier leiding. Die betrekken de groep er meer bij, participatief leiderschap, democratisch en zijn ook warmer.
Dus als je een bloemetje verwacht van je bovenliggende, als jij ziek bent, kan jouw leidinggevende het beste een vrouw zijn. Nou, de vraag is dan: zijn vrouwen dan ook goede leiders? Nou, er is steeds meer onderzoek die dat laat zien. Bijvoorbeeld onderzoek in de boardrooms van de grote bedrijven laat een bepaald patroon zien, namelijk dat hoe diverser de boardroom is, hoe meer vrouwen er dus zijn, hoe beter het gaat met het bedrijf.
En op kleinschalig onderzoek, onderzoek naar zelfsturende teams waarvan er steeds meer komen in bedrijven, laat ook zien dat als teamleiders vrouwen zijn, ze eigenlijk competenter zijn dan mannen. Hè, dus alle aanwijzingen zijn dat vrouwen goede leiders zijn, met name in bepaalde omstandigheden.
En als je kijkt naar de moderne werkomgeving, waarin veel verbindend leiderschap moet zijn, waar mensen met elkaar moeten samenwerken, dan zou je zeggen: ja, dat is het terrein voor vrouwen. En toch, en nu kom ik bij het moeilijke punt: het glazen plafond.
Waarom dringen er niet meer vrouwen door tot de top van de politiek of het bedrijfsleven? Nou, daar probeer ik nu een antwoord op te geven. En allereerst is dat het geval: is er een glazen plafond? Nou, daar hebben we een mooie animatie van. In Amerika is in de topbedrijven ongeveer 22% van de topmanagers vrouwen. Kijken we dan naar Europa, dan zien we eigenlijk een nog schimmig beeld: 10% slechts in Nederland. Één op de tien topmanagers is vrouw, en in landen om ons heen is het iets meer, maar het is zeker geen fiftyfifty.
Daarvoor moeten we naar landen als Rusland bijvoorbeeld of China, waar het al gelijker verdeeld is. Dus dat glazen plafond lijkt te bestaan. En de vraag is: is dat een evolutionaire erfenis? En mijn antwoord is: ja, om de volgende reden. Wij hebben een mismatch gecreëerd. Hè, onze oersamenleving was klein, egalitair, met informele leiders. En daar kwamen ook vrouwelijke leiders naar boven in vredestijd, bijvoorbeeld. Maar de organisaties waarin we nu wonen en werken zijn hiërarchisch. Ze zijn complex. Ze bestaan uit veel lagen. En dus hebben we eigenlijk met z'n allen niet alleen een glazen plafond gecreëerd, maar een glazen piramide waar vrouwen moeite mee hebben.
Ik zou jullie een paar voorbeelden van mismatch geven. Allereerst, die organisaties zijn hiërarchisch. Er moet dus heel veel geconcurreerd worden. Als jij promotie wil maken, moet je weer opnieuw concurreren in elke laag. Dat is niet het terrein waar vrouwen zich over het algemeen lekker bij voelen. Mannen wel. Voor mannen is statuscompetitie fijn. Daar kunnen ze veel mee winnen en soms ook mee verliezen.
Ik vraag studenten in mijn college altijd het volgende: als jij nu afstudeert aan deze mooie universiteit, hè, de Vrije Universiteit in mijn geval, en stel dat je nu een baan krijgt, heb je dan liever een baan die inhoudelijk interessant is of een baan die status en geld geeft?
Nou, wie van jullie heeft liever een baan die inhoudelijk interessant is? Mag ik jullie handen zien? En wie heeft er liever een baan die status en geld geeft? Niemand hier? Nou, die studenten van mij denken er echt heel anders over. En het loopt langs de lijnen van de geslachten: vrouwen kiezen toch meer voor een baan die inhoudelijk interessant is, mannen kiezen toch iets meer, iets vaker voor een baan die status en geld geeft.
Waarom? Evolutionair bepaald, want statuscompetitie voor mannen betekent dat je potentieel een hoge beloning kunt krijgen. Nou, we hebben als voorbeeld hier, hè, meneer Trump. U wel bekend. De twee machtigste personen op aarde op dit moment zijn Trump en Merkel. Bij Trump heeft zijn macht zich uitbetaald in voortplantingssucces: hè, drie vrouwen, waaronder een hele aantrekkelijke jonge vrouw, nu, en een aantal kinderen. Maar kijken we naar Merkel, de andere machtigste persoon, maar toevallig een vrouw. Hoeveel kinderen heeft zij? Precies geen.
Dat is één mismatch. De andere mismatch heeft te maken met hoe wij leiders kiezen. Vroeger kwamen leiders uit de groep omhoog geborreld en de beste persoon, de competentie, die werd gevolgd. Nu worden leiders vaak van bovenaf ingevlogen in een organisatie. Ze worden gekatapulteerd in de organisatie. Ze worden eigenlijk door de directie aangesteld.
Het punt daarbij is dat de warme, competente, egalitaire, vriendelijke teamleider, die moet het afleggen, want die is minder zichtbaar dan de mannelijke collega die assertief en dominant is en dus zichtbaarder in de organisatie. Dat is mismatch 2.
De derde mismatch heeft te maken met hoe mannen en vrouwen op verschillende manieren met elkaar samenwerken. Mannen, nogmaals, vanuit dat oerverleden als krijgers, zijn gewend om hiërarchisch met elkaar samen te werken en kunnen dan ook makkelijk accepteren dat de ander de baas is vanuit het idee: straks word ik de baas en neem ik het stokje over. Dat Old Boys-netwerk is daarop gebaseerd. Eigenlijk, je helpt elkaar.
Vrouwen in hiërarchische relaties helpen elkaar over het algemeen niet. Zij hinderen elkaar. En dat noemen we het Queen Bee-effect. En dat zie je eigenlijk op verschillende niveaus terug. Bijvoorbeeld in een experiment dat met kinderen gedaan is, werden groepjes jongens en meisjes geobserveerd terwijl ze samenwerkten met elkaar. Ze moesten namelijk filmpjes bekijken en één moest de filmprojector bedienen en de ander moest filmpjes erin doen.
En dan keken ze van hoe jongens met elkaar samenwerken en hoe meisjes. Nou, bij de jongens was het zo dat er een dominantie-strijd aan de gang was. Het jongetje dat het meest voor het zeggen had, werd door de andere jongetjes eigenlijk slim en sterk en goed gevonden. Tegelijkertijd, bij de meisjes, als daar een dominante opstond, dan werd zij eigenlijk niet leuk gevonden.
Ze was niet aardig. De meisjes wilden niet meer met haar concurreren en gingen iets anders doen. Ze gingen niet meer naar die filmpjes kijken. En je vindt het eigenlijk ook in het politieke stemgedrag. Over het algemeen is het niet automatisch zo dat vrouwen op vrouwen stemmen. Dat blijkt ook uit allerlei onderzoeken. Mannen stemmen wel over het algemeen op mannen, maar vrouwen niet per se op vrouwen.
Nou, dat zijn de oorzaken van het glazen plafond. Dan tenslotte, wat kunnen we nou doen aan die glazen piramide? Hier zijn een aantal mogelijkheden. Je kunt een organisatie veranderen. We hebben besloten om die hiërarchische organisaties met elkaar te creëren, maar het kan ook anders.
Je kunt een organisatie, een bedrijf, een politieke partij ook meer egalitair inrichten, zodat de nadruk op samenwerking en verbinding komt te liggen. En dan zul je zien dat er meer vrouwen naar boven komen, eigenlijk zoals het ook al het geval is in de zorg en in het onderwijs. Kies leiders bottom-up, laat teamleden beslissen wie er promotie moet maken in een organisatie. Waarom zou het de directie zijn die dat beslist?
Vrouwennetwerken zijn natuurlijk belangrijk, omdat je dan zo'n Old Boys-netwerk kunt doorbreken met je eigen netwerk. Maar de vraag is evolutionair gezien of vrouwen elkaar voldoende ondersteunen en elkaar voldoende baantjes toeschuiven. En dan tenslotte zou je vrouwen ook meer moeten laten wennen aan het werken in hiërarchieën. En wat is er niet een mooiere arena om dat te doen dan in de sport?
Dus meer teamsporten voor vrouwen, waarbij natuurlijke hiërarchieën ontstaan en die kunnen helpen om het glazen plafond of de glazen piramide te doorbreken.
Dus, Kortom, zijn vrouwen betere leiders dan mannen? Ja, in sommige situaties zeker in vrede, en als het gaat om samenwerking. Maar in de huidige moderne werkorganisaties komen zij niet voldoende uit de verf. Dat is mijn verhaal. Ik dank u wel. [Applaus]