Transcription
Toen ik in 2011 begon met het maken van YouTube video's, zat ik zelf nog op de middelbare school. Als ik van die kutvrienden heb die me voor de grap wat even hord gaat hij nou af, je bent geslaagd, je dankjewel. Twee dagen na dit moment overleed, zeer onverwachts, mijn vader. En ik weet nog heel goed dat er meerdere docenten waren op de uitvaart, en dat ik dat heel onverwacht vond en dat het me ook heel erg raakte. Ik vond het heel fijn dat ze er waren. Dat is ondertussen 11 jaar geleden. Tijden veranderen, maar sommige dingen blijven hetzelfde. Ik maak nog steeds YouTube video's, maar nu ben ik dus zelf leraar. We zijn ondertussen drie universitaire diploma's verder, maar ik heb hem eindelijk, een lerarenbewijs. Ik ben een kort tijdje fulltime YouTuber/livestreamer geweest, was een beetje rond 2020, en ik merkte gewoon dat ik er niet gelukkig van werd. Het was leuk om te doen, het verdiende ook zeker leuk, maar ergens was het toch een beetje eenzaam. Duizenden kijkers, maar tegelijkertijd zit je een beetje alleen op je kamer. Voor de meeste video's heb je toch ook een beetje een goed idee nodig, en als je alleen maar bezig bent met het maken van die video's, dan krijg je ook niet echt die goede ideeën. Dus op een gegeven moment was ik ook gewoon creatief een beetje uitgeput, en daarom ben ik dus op een gegeven moment verder gegaan met die leraaropleiding. Ik ben dus nu hartstikke klaar en eh sinds een paar weken heb ik een baan als leraar scheikunde.
Van leerlingen in mijn klas krijg ik best wel vaak de vraag: "Meneer eh waarom bent u hier?" En dan leg ik uit van ja, ik vind het vooral gewoon echt heel erg leuk om les te geven. Het is best wel uitdagend, best wel moeilijk, maar ik vind juist die uitdaging heel erg leuk, en ik hou ook sowieso best wel veel voldoening uit eh andere mensen dingen leren. Dat zie je ook wel een beetje terug in mijn video's, denk ik. Ik geef momenteel drie dagen in de week les, niet zozeer omdat ik het geld heel hard nodig heb. Ik denk dat YouTube momenteel zeven keer zoveel verdient eh, maar eh ik vind het vooral gewoon heel erg leuk, en ik haal er ook weer een hoop ideeën uit voor nieuwe video's, eh zoals deze. Als onderdeel van mijn studie heb ik al zo'n 2 jaar lang op verschillende scholen stage gelopen, en wat ik vooral interessant vond was dat ik eh heel veel dingen ontdekte over het leraar zijn die ik helemaal niet doorhad toen ik zelf op de middelbare school zat. En daar gaat vandaag deze video over: dingen die ik niet wist over het leraar zijn toen ik zelf nog op de middelbare school zat. Dit is grotendeels gebaseerd op mijn eigen ervaring. Ik heb gisteren ook eventjes een kleine oproep gedaan naar collega-docenten op eh Instagram, ook nog een paar leuke inzendingen gehad. Laten we er eventjes lekker induiken.
Nummertje één: als docent heb je best wel wat redenen om een leerling er niet uit te willen sturen. Ten eerste: in principe is het doel van je les om alle leerlingen wat te leren. Als je er eentje uitstuurt eh, heb je sowieso voor één leerling gefaald. Eigenlijk wil je alleen een leerling eruit sturen als hun gedrag zo afleidend en irritant is dat daardoor heel veel andere leerlingen niks opsteken. Dat beschrijft overigens heel goed mijn gedrag op de middelbare school. Ze zeggen wel eens eh: "De slechtste leerlingen maken de beste leraren." Als je als docent geen zin hebt in gezeik met de school en de ouders, is het vooral heel belangrijk dat je de leerling meerdere keren gewaarschuwd hebt. Misschien weet je zelf nog wel van de middelbare school, zo'n moment iemand zei: "Ja, maar ik deed niks." Als je iemand op een gegeven moment al meerdere keren gewaarschuwd hebt, op een gegeven moment uit elkaar gehaald hebt, naar voren gehaald hebt en zegt: "Nu gewoon stil." En dan zijn ze niet stil, dan heb je op een gegeven moment wel in ieder geval duidelijk gelijk. Maar zelfs dan is het echt een hele hoop gezeik. Vaak moet jij, als ze nablijven, dat nablijfuur gaan doen, dus je bent gewoon een uur langer zelf op school. Gelukkig zijn er altijd stadlessen om voor te bereiden of proefwerken om na te kijken. Afhankelijk van de school moet er ook nog een heel incidentenrapport geschreven worden. Je hebt echt hele uitgebreide leerlingvolgsystemen, waar ongeveer alle opmerkelijke dingen over een leerling allemaal ingetikt worden. Je moet er éér een half verslag schrijven, mogelijk moet het ook nog overlegd worden met mensen op school, of nog erger: je moet allemaal ouders gaan bellen. Als het specifiek heel vaak gebeurt dat leerlingen in jouw lessen eruitgestuurd worden, kan jij op een gegeven moment weer gezeik krijgen met de school, die zeggen dan: "Waarom gaat het bij jou zo vaak fout?" En natuurlijk als laatste, en ook niet onbelangrijk: het schaadt misschien ook de band tussen de leraar en de leerling eh, kom ik zo meteen een beetje op terug, maar dat is ook een ongewenst dingetje. Lang verhaal kort: als leerling is het zeker niet leuk om eruitgestuurd te worden, maar als docent is het ook niet leuk om iemand eruit te moeten sturen. Je doet het eigenlijk liever niet, maar soms moet het nou eenmaal gewoon, omdat eh ja, je wil gewoon je les doen. Tot nu toe heb ik er nog niemand uitgestuurd in mijn lessen, maar ik ben wel een paar keer heel erg dichtbij gekomen, dus het moment gaat er binnenkort een keertje aankomen. Ik kan hier natuurlijk niet gaan praten over specifieke klassensituaties, dus eh ja, je zal er waarschijnlijk vrij weinig over horen, behalve dat het op een gegeven moment een keertje gebeurd is.
Nummertje twee: nakijken, wat een gezeik. Ik ben in het verleden met één klas 5 VWO met één proefwerk gewoon wel eens 5 uur bezig geweest. Misschien is dit een klein beetje specifiek voor scheikunde. Het probleem is vaak dat je een opgave hebt van vijf punten, een rekenvraag, en het antwoord is gewoon hartstikke fout. Dat zie je meteen, alleen je moet kijken waarom het fout is. Soms hebben ze de vierde rekenstap fout: je moet dit ding delen door dat ding, dat zit er dan wel in, krijg je alsnog een puntje voor. Dus vaak bij de helft van de leerlingen krijg je een antwoord waarvan je denkt: "Hè, wat heb jij gedaan?" Maar ik krijg wel punten, en die moet ik gaan zoeken, voor je moet er gaan sprokkelen van: "Oh ja, je doet dit door dit, dat is wel een punt waard." Er wordt altijd door één van de leraren een heel nakijkmodel gemaakt: als de leerling dit doet, puntje; als ze dat doen, puntje; als ze dat doen, puntje eraf. En vaak ben je dan klaar met nakijken, dan is er toch nog een beetje ruzie tussen de docenten van: "Nou, misschien is dit nog wel een puntje waard, dat zou geen puntje moeten zijn." Komt er een tweede versie van het nakijkmodel, moet je al die vragen weer opnieuw gaan nakijken met die nieuwe versie. Soms komt er zelfs zo'n derde versie van het nakijkmodel. Op een gegeven moment weet je dan precies eh hoeveel punten al je leerlingen hebben, en dan komen de andere docenten ook nog met hoeveel punten hun leerlingen hebben, en dan moet je nog samen een beetje gaan discussiëren over een cito-toets. Ik had nu een situatie dat iemand voor de vakantie één proefwerk moest inhalen, wel echt een nieuwe proefwerk, die heb ik gewoon meteen nagekeken. Heb je punten, maar ik kan nog geen cijfer in Magister zetten, want ik moet eerst met de andere docenten de cito-toets bespreken. Meestal is het gewoon: heb je de helft van de punten, heb je een 5,5, maar soms niet. En eventjes voor de duidelijkheid: ik ben hier niet per se aan het zeiken op mijn collega's. Kijk, ik heb momenteel maar vier klassen, de meeste docenten hebben gewoon een klas of 10 eh. Proefwerkweken hebben de meeste van die klassen proefwerken. Als je alleen al drie, vier VWO klassen hebt, ben je gewoon al 20 uur bezig met nakijken, en dat is bovenop eh alle lessen die je moet geven. Toen ik stagiair op de middelbare zat, dacht ik gewoon: "Bro, is één proefwerk nakijken even kost je een paar uurtjes, knal even in mijn agenda." Maar dat zitten dus best wel dingetjes tussen. Sowieso is dat een dingetje wat ik niet echt verwacht had: dat je echt superveel eh in contact moet zijn met je collega's, maar daar later meer over. We gaan door naar het volgende puntje.
Volgende puntje, en hier was ik echt wel een klein beetje van geschrokken: leerlingen liegen best wel veel. Bijvoorbeeld: scholen hebben een regel dat je in een bepaalde week maar drie toetsen mag. Dan wil je die week een toets plannen, zeggen ze gewoon: "We hebben al drie toetsen." Is niet eens waar, zeggen ze gewoon. Er worden soms gewoon afspraken met andere docenten verzonden: meneer X of mevrouw Y en dit en dat, is helemaal niet waar. Het gebeurt ook wel eens dat leerlingen een vraag eh niet maken, blijft hij gewoon open op de toets. Geef je de toets terug, ga je hem nabespreken, en opeens zeggen ze: "Meneer, u bent vergeten deze vraag na te kijken." Dat ik ben best wel vergeetachtig, ik maak echt wel vaak foutjes met puntjes tellen, altijd netjes natellen. Dus in principe zou best kunnen dat ik een vraag over het hoofd heb gezien en denk: "Oh, dat is inderdaad een goed antwoord, krijg je gewoon punten voor." Maar omdat het dus zo vaak gebeurt dat leerlingen eh dit doen eh, we hebben heel veel docenten gewoon een heel systeem om dat tegen te gaan. Wat ik vaak doe bij een toets, als 18 en 20 gemaakt zijn, maar 19 is nog open, dan zet ik daar tijdens het nakijken met rood een heel groot vierkant neer, zodat de leerling niet opeens achteraf daar nog dingen in kan vullen. En in de bovenbouw worden op veel scholen, voordat de toetsen uitgedeeld worden, eerst alle toetsen digitaal ingescand, zodat je gewoon kan vergelijken of er niet nog dingen bijgezet zijn. Ik snap ergens wel waar dit gedrag vandaan komt, omdat je denkt: "Hey, ik kan er meer mee wegkomen." En aan de andere kant: bij heel veel leugens, zal ik zeggen dat je drie toetsen hebt, staat niet echt een straf op ofzo, je wordt niet van school gestuurd, dus dan staat toch wel een beetje van: ja, je hebt vrij weinig te verliezen, je kan het altijd proberen. Maar als docent zitten hier best wel een beetje dilemma's in. Ik heb wel eens dat een leerling een kwartier te laat komt en gewoon zegt: "Ja, er was een ongeluk voor mijn neus, twee fietsers zijn op elkaar geknald, ik moest helpen." En dan denk ik: "Ja, ga ik je nu een briefje laten halen voor te laat komen, of denk ik: "Nou oké, vooruit, ga maar zitten." Eventjes helemaal los van of dat wel of geen leugens zijn: als docent heb je sowieso echt verrassend veel morele dilemma's. Ik heb wel dat een leerling mailt een dag voor hun toets: "Mijn oma is overleden, ik kan nu gewoon echt niet leren, moet ik morgen de toets maken?" En dan is de vraag: "Ja, wat is redelijk? Zeg ik: "Hou maar in," of zeg ik: "Nee, we hebben gewoon een afspraak gemaakt, je moet gewoon morgen de toets maken." Mijn reflex zou zijn om te zeggen: "Weet je wat eh, doe maar lekker volgende week." Alleen eh, als je op een gegeven moment daar meer ruimte aan geeft en steeds makkelijker daarin wordt, gaan leerlingen daar ook gewoon misbruik van maken. Opeens hebben alle leerlingen die te laat zijn daar een hele goede reden voor, en er gaan wel verdacht veel opa's en oma's dood. Het is heel moeilijk: aan de ene kant wil je leerlingen dat werk gewoon heel erg gunnen, en wil je best een beetje meedenken en meebuigen, maar ja, misschien is het niet goed om dat altijd te doen, misschien moet je soms wel gewoon een soort harde lijn trekken. Ik vind dat moeilijk.
Puntje nummer vier: niet de meest spannende, de planning, oeh. Alle docenten die samen één vak geven, noem je vaak de sectie, en binnen die sectie is er best wel wat overleg eh: "Hoever ben jij ondertussen met hoofdstuk 3? Wanneer gaan we de toets doen?" En vaak is er wel een soort van studieplanning van zoveel lessen per onderwerp: die les dit, die les dat, maar uiteindelijk moet je het zelf een beetje invullen, en precies dat is best wel uitdagend. Ik heb momenteel twee, drie VBO klassen, ik ben pas drie weken bezig, en ze lopen nu al twee weken uit elkaar. Eén weekje had precies die ene klas éé of andere activiteit, en de ander niet, dus die lopen dan twee lessen voor. Week erop hadden we examenstunt, viel in één keer een hele dag aan lessen uit. Nou, dat waren precies weer de lessen van die klas die al lessen achter liepen, lopen in één keer vier lessen achter. Er moet op een gegeven moment wel weer een toets komen, dus ik moet dan in één keer eh twee lessen in één les gaan proppen en kijken hoe ik dat allemaal weer ga lijmen. Ik vind het in principe ook juist wel een leuke uitdaging aan het vak leraar, dat het niet zo is: op een gegeven moment heb je je lessen, copy-paste, je komt gewoon opdagen met je stift en het komt wel goed. Het is soms echt een beetje een puzzel, ja.
Uitdagend, leuk. Om een goede docent te zijn heb je eigenlijk twee dingen nodig: je moet goed kunnen orde houden (wat doe je als leerlingen door je les heen praten?), en ten tweede: je hebt een goede relatie nodig met de leerlingen. Het is handig als leerlingen je een klein beetje mogen, je gunnen om gewoon normaal je les te doen zonder te gaan lopen zeiken. Als je echt heel goed bent in orde houden, is dat in principe genoeg, maar het is veel makkelijker om een goede relatie te hebben, dan heb je dat orde houden wat minder nodig. Ik heb zelf gezien op de leraaropleiding dat sommige ja, docenten in opleiding, het echt gewoon niet lukt om die relatie te krijgen. Er zijn natuurlijk allemaal trucjes voor: goed de namen leren (kan echt heel moeilijk zijn als je in één keer heel veel klassen hebt), eh eventjes bij de deur staan, iedereen hallo zeggen, "Hoe was je dag?", dat soort dingen helpen een klein beetje, maar het is misschien ook gewoon iets wat een beetje in je zit, een onderdeel van je karakter: een soort oprechte interesse, een beetje vriendelijk kunnen zijn, maar tegelijkertijd ook streng wanneer het nodig is. Dat moet je echt kunnen. Het is heel belangrijk, die relatie, en als je dat niet hebt, dan ga je er denk ik niet komen.
En dan gaan we meteen door naar het volgende puntje: verreweg de minst leuke. Op de middelbare school had ik echt niet door hoeveel dingen er bij leerlingen thuis spelen. Toch echt een beetje in het: ieder huisje heeft zijn kruisje. Er zijn zoveel leerlingen met ouders met psychische problemen, verslavingen, onveilige woonsituatie, of dat je met een hele hoop broers en zussen in een klein huis zit, niet eens een eigen kamertje hebt waar je huiswerk kan maken, gigantisch hoge prestatiedruk, leerlingen die voor een jonger broertje of zusje moeten zorgen, echtscheidingen, huiselijk geweld, financiële problemen. Er zijn zoveel dingen die in het leven van een kind op zo'n jonge leeftijd al kunnen spelen, die natuurlijk ook logischerwijs weer bepaalde gevolgen kunnen hebben voor eh je prestaties op school. Er zitten soms echt heftige dingen tussen, en het kan als docent ook echt moeilijk zijn om je daar misschien niet te betrokken in te voelen. Een begeleider zei ooit tegen mij: "Als jij 40 jaar in het onderwijs gaat werken, ga je gewoon een keer meemaken dat één van jouw mentorleerlingen zelfmoord pleegt, en dan ga jij je schuldig voelen." "Heb ik wel genoeg gedaan? Heb ik die signalen misschien verkeerd opgepakt? Had ik misschien meer moeten doen om je te kunnen helpen?" Je gaat je dat eigenlijk persoonlijk aantrekken. Ik heb hier wel eens met collega's over gesproken, en die zeggen ook: "Ja, het gebeurt je waarschijnlijk een paar keer, en die namen ga je nooit meer vergeten, van die specifieke leerlingen." Is best wel heftig [***] man. Oké, we maken het weer eventjes gezellig.
Puntje nummer zeven: heb ik zelf nog niet heel veel mee te maken gehad, omdat ik dus nog geen mentor ben, maar van alle andere docenten hoor ik het: het allerirritantste aan lesgeven wat je niet weet op de middelbare school: ouders. Het is ergens heel logisch: ouders willen gewoon het beste voor hun kind, maar dat uit zich heel vaak in [***] veel klagen. Doe dat eventjes maal eh 30 leerlingen, je gaat het er flink druk mee krijgen. "Mijn kind krijgt teveel huiswerk, mijn kind vond dat niet duidelijk genoeg was wat je moest leren voor de toets, mijn kind werd er door meneer Broers onterecht uitgestuurd." Er zijn echt [***] veel klachten van ouders, en een heel groot deel van je tijd ga je daarmee bezig zijn. Als ik sommige docenten mag geloven, is het vooral een beetje een een nieuwe trend. Er is zo'n fok- en sukkenplaatje geloof ik, waar dan vroeger, als leerlingen een slecht cijfer halen, dan de ouders boos op hun kind waren, en vandaag de dag lijkt steeds meer zo te zijn dat als leerlingen een slecht cijfer hebben, dan is dat natuurlijk de schuld van de docent die fouten maakt, want mijn kind is perfect, en die zou nooit iets verkeerd doen. Nou, blijkbaar is dat eh best pittig aan docent zijn. Ik heb het nog niet meegemaakt, ik heb eerlijk gezegd wel zin in. Ik denk: "Laat ze maar komen." Weet je, ik denk: "Ik sta in mijn recht, ik weet hoe ik mijn lessen doe, vrij weinig op aan te merken, kom maar lekker zeiken, ik ben heel benieuwd." Oké, volgende dingetje.
Nog een keer iets van gezeik rondom toetsen. Toen ik zelf op de middelbare zat, had ik geen idee dat het voor docenten zo [***] irritant is als iemand de toets mist, vooral als je gewoon 25 leerlingen hebt, 24 zijn er, eentje niet. Ah, je moet nu vaak helemaal een tweede versie maken van de toets. Het moet natuurlijk niet lonen om afwezig te zijn, je kan niet gewoon dezelfde vragen nog een keer doen. Je moet de tweede versie maken van de toets, kost [***] veel tijd. Je moet met de leerling zelf een moment afspreken om die af te nemen, dus je moet weer een soort extra hele les inplannen voor die ene leerling. En een ander dingetje: als een leerling een cijfer mist, is dat vooral eh mijn probleem. Zelfstandige leerlingen gaan jou niet achter je reten zitten: "Meneer, je moet het cijfer nog inhalen, wanneer is de inhaaltoets?" Nee, dat dat moet ik doen, dat is het ding in mijn agenda: deze leerling heeft de toets gemist, en ik moet daar wat aan doen. Er is eigenlijk geen beter gevoel dan wanneer je een toets hebt en iedereen is er gewoon. Dat is fantastisch. Please, doe dat zo vaak mogelijk. Ik zou bijna zeggen: iedereen een half punt als iedereen er is. Het groepsgevoel creëren kan niet, maar zou wel echt super handig zijn.
Alle vorige dingen die ik heb gezegd komen in puntje negen echt een beetje samen. Ik had echt onderschat hoeveel dingen je als leraar in je agenda hebt staan, dan heb ik het dus over dingen naast je lessen, het voorbereiden daarvan en het nakijken van toetsen. Er zijn zoveel van die hele kleine dingetjes die eventjes kort eh bij jou liggen: jij moet dit oplossen, leerling moet de toets inhalen, je hebt gesproken met een ouder. Ik durf eerlijk toe te geven: tot recent was ik echt heel slecht in het bijhouden van een agenda. Als je een heleboel van dat soort kleine taakjes hebt, raak ik gewoon volledig het overzicht kwijt, maar nu moet ik wel. Ik heb mezelf heel snel gewoon die skill aangeleerd. Zodra er dus zo'n klein dingetje omhoog plopt, zet ik hem meteen op een soort online to-do list, zodat ik in ieder geval niet vergeet dat ik het nog moet regelen: moet nog een toets ingepland worden, er moet nog huiswerk in Magister, leerling wil eventjes een één-op-één gesprekje om eh te praten over het profielwerkstuk. Zo ben je in principe de hele tijd bezig met een heleboel van die kleine dingetjes, en dat is gewoon voor mij in ieder geval best wel flink wennen.
Nummer 10: het allergrootste geheim van het onderwijs. Wat gebeurt er nou precies in de lerarenkamer? Waar ik me echt over verbazde is dat zoveel gesprekken gaan over de leerlingen. Er wordt best wel wat geroddeld over leerlingen, voornamelijk van: "Oh eh, deze leerling doet in mijn lessen best wel moeilijk, doet hij dat bij jou ook? Hoe pak je dat dan aan?" En de meeste andere gesprekken gaan gewoon over hun vak. Ik ben dus nu net een beetje nieuw op die school, vind het superleuk om te praten met docenten. Nederland, zeg ik: "Oh, welke boeken raad je aan eh, docenten Latijn? Oh, wat vind je nou van je vak?" Op mijn werk vind ik bijna een beetje raar om te zeggen: ze hebben ook achterin de lerarenkamer echt een hele rits aan computers, en er zitten gewoon een hele hoop leraren zitten daar gewoon een beetje toetsen te maken, lesmaterialen. Die dingen maak je vaak zelf hè, heel veel mensen denken dat je die gewoon downloadt van het internet. Nee, iedere keer als er een blaadje uitgedeeld wordt, maak je dat gewoon zelf. Ook het interessante inzicht.
Nummertje 11: momenteel is dat één van de moeilijkste dingen voor mij als leraar eh, om de leerlingen aan het werk te zetten. Ik deed dat zelf ook nooit. Bij wiskunde maakte ik in de les nul opgaven. Toen kwam de toets, en dan ging ik in één dag alle 60 opgaven in het boek in één dag maken voor de toets. Dat je denkt: "Bro, doe gewoon in de les iedere keer vijf opgaven." Dan weet je het gewoon. Wiskunde is toch een beetje als fietsen, een soort trucje wat je leert ofzo. Maak gewoon de opgave in de les, hoef je thuis niet te doen. Dat krijg je er echt heel moeilijk in. Maar als je de opgave pakt uit het boek en je print ze op een A4'tje en dat deel je los uit, dan maken leerlingen het wel, of in ieder geval veel vaker, want dat voelt zo van: "Ja, het boek dat heb ik gewoon thuis, kan ik gewoon altijd in kijken." Maar dit blaadje, dat ga ik kwijtraken, die opgave, dat moet ik nu gaan doen, moet mee aan de slag. Voor de rest nog even shoutout naar mijn huidige werk (ik ga niet zeggen waar): hele goede koffie, docentenkamer, gratis fruit, fantastisch, en gewoon hele leuke collega's. Een leuk weer, en ik wil gewoon even zeggen: het bevalt echt heel erg goed. Ik ben heel blij met mijn werk, dus hopelijk ga ik nog lang door als YouTuber, livestreamer en leraar scheikunde. Ik zou zeggen: dankjewel voor het kijken, doe een duimpje omhoog, en misschien tot ooit met je kind op het 10 minuten gesprek. Dag, yeah.